Ikke ikke ikke, en de rest kan lekker stikke

bron: Haal Meer Uit Je Dip Met De Power Van Mindfulness door Marisa Garau

Problemen die wij ervaren zijn altijd terug te voeren op negatieve, angstige gedachten. Zouden wij dat soort gedachten niet hebben, dan zouden er ook geen problemen ontstaan. Alle problemen worden immers gevormd in ons hyperactieve brein, dat maar een klein zetje nodig heeft om de meest bizarre zorgen en frustraties te produceren.

Maar wat is die katalysator die dat probleemcreërende denken in werking zet? Wat is dat systeem dat al die negatieve gevoelens in ons opwekt, zoals afgunst, desinteresse, woede? Het antwoord is niet heel bijzonder: het is ons ego. En wij mensen zijn de enigen die eronder lijden. De rest van de natuur, zoals dieren, insecten, bomen, planten, rotsen, aarde, zand, water, zijn geheel egovrij en gaan dan ook rustig hun eigen gang. Wij mensen zijn doorgaans volledig vervuld van ons ego, en dat is de reden waarom wij ons uitputtend met elkaar bemoeien.

Ondanks het feit dat het ego voor mensen niets bijzonders is, is het wel een bijzonder lastig verschijnsel. Het belichaamt niet voor niets alle negatieve eigenschappen die mensen kunnen vertonen: oneerlijkheid, verraad, jaloezie, vernedering, geweld, manipulatie. In deze eigenschappen kun je zien dat het ego altijd anderen nodig heeft om zich staande te houden. Je kunt immers alleen maar jaloers zijn op een ánder. Je kunt alleen een ánder vernederen of geweld aandoen. Je kunt alleen maar oneerlijk zijn tegen een ander of een ander verraden. Dat is een typerende eigenschap van het ego: het ego stelt zich altijd op tegenover anderen. ‘Ik tegen jou.’ ‘Ik tegen de rest van de wereld.’

De hele dag door, je hele leven lang vertelt je ego verhaaltjes over jezelf. Het meest voorkomende verhaaltje? Dat je beter bent dan anderen. Als je beste vriendin je over een persoonlijk probleem vertelt, dan weet je meteen hoe jij dat snel en efficiënt zou oplossen. Als je collega zijn verhuizing op een bepaalde manier aanpakt, zucht je dat jij dat heel anders en vooral stukken slimmer zou aanpakken. Als je buren op vakantie naar Spanje gaan, dan vind je dat eigenlijk maar gewoontjes, want jij gaat tenminste naar Turkije, en dat is natuurlijk veel beter, spannender en aparter. Zou je buurman ook naar Turkije gaan, google je snel het hotel dat hij geboekt heeft, om te concluderen dat jouw hotel echt veel bijzonderder was.

Het ego is doorlopend bezig met vergelijken. Kijk maar:

• Je haalt je kind op van de opvang. Je ziet andere kinderen rondlopen. Je ego: ‘Moet je dat grut zien, die kunnen echt nog niks. Die van mij kan al praten en lopen. Mijn kind is echt veel intelligenter dan die andere kinderen.’

• Je koopt een nieuwe stereo en laat ’m aan je beste vriend zien. Je ego: ‘Dit is echt een keigoede stereo, dat kan hij niet eens betalen. En al zou-ie het kunnen betalen, dan nog heeft-ie de smaak niet om zo’n tof ding aan te schaffen.’ Onbewust vertegenwoordigt die stereo jouw ego, met jouw geld, jouw verfijnde smaak en jouw oog voor kwaliteit.

• Je koopt een Fiat 600 en vertelt iedereen hoe geweldig het autootje is, waarmee je bedoelt te zeggen hoe bijzonder en apart jij eigenlijk bent.

• Je hebt hart voor het milieu en wijst iedereen ongevraagd op de dramatische gevolgen van waterverspilling, waarmee je de ander een schuldgevoel probeert aan te praten en feitelijk bedoelt te zeggen dat jij echt veel verantwoordelijker bezig bent dan de ander.

En zo reduceren we onze kinderen, stereo’s, auto’s, het milieu en talloze andere mensen, dieren, acties en objecten tot persoonlijke statussymbolen waarmee we onszelf in een goed daglicht willen stellen: ‘Joehoe, kijk eens hoe enorm bijzonder ik ben!’

Het systeem waarmee we de ik-ben-beter-dan-jij-boodschap verpakken is onvoorstelbaar ingenieus, subtiel, indirect en vaak onherkenbaar. Want in onze samenleving die gebaseerd is op de normen en waarden van het christendom wordt ons juist het tegenovergestelde geleerd: dat we onszelf niet boven een ander moeten stellen. Dat is namelijk fout en verderfelijk, en daarmee kunnen we dat plekje in de hemel wel op onze buik schrijven. ‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’ staat onbetwist op nummer één in het lijstje nationale uitspraken van de koude klei. Waarmee bedoeld wordt: ‘stel je niet aan; vertoon geen opvallend gedrag; vestig de aandacht niet op je, want je bent het niet waard; je bent echt niets meer dan anderen.’ Deze houding zit diep ingebakken in ons culturele dna en stelt het behalen van succes onherroepelijk in een slecht daglicht. Zo verschijnen er negatieve verhalen in de krant als een Nederlander ‘het’ maakt in de Verenigde Staten, dat die persoon arrogant is omdat-ie vond dat Nederland te klein voor hem werd, dat het helemaal niks voorstelt wat-ie daar doet en dat-ie met hangende pootjes zal terugkomen als alles mislukt.

Op de een of andere manier zijn we er met z’n allen in geslaagd om deze inktzwarte boodschap te verpakken in het hemelsblauwe ‘bescheidenheid’. Wij, degenen die succesvolle en ambitieuze mensen veroordelen, zijn natuurlijk de bescheidenheid zelve. Wij zijn het tegenovergestelde van die verfoeide carrièrejagers, wij zijn wel zuiver op de graat! En zo weten we er toch een nobele draai aan te geven en staan wij opnieuw in een beter daglicht dan ‘die anderen’.

Die culturele ballast zit in elk van onze cellen. De werkelijke oorzaak hiervan is dat we er onbewust van overtuigd zijn dat we niets waard zijn. In ons hoofd, als we het analytische denkvermogen aanzwengelen, snappen we heus wel dat we onze eigen unieke waarde hebben en bijzonder zijn. Sterker nog, we laten geen kans onbenut om deze boodschap de buitenwereld in te slingeren. Maar diep vanbinnen, in het onbewuste deel van ons wezen, dwalen negatieve opvattingen rond die ons welzijn ondermijnen.

Zo denken we:

• Ik kan het toch nooit goed doen (in de ogen van mijn ouders/broers/zussen/vrienden/collega’s/managers).

• Ik ben niet goed genoeg (in vergelijking met mijn ouders/broers/zussen/vrienden/collega’s/managers).

• Ik ben niet belangrijk genoeg (in vergelijking met mijn ouders/broers/zussen/vrienden/collega’s/managers).

• Ik ben niet intelligent/aantrekkelijk/grappig/onderhoudend/avontuurlijk genoeg (in vergelijking met mijn ouders/broers/zussen/vrienden/collega’s/managers).

• Ik moet beter zijn dan anderen (in vergelijking met mijn ouders/broers/zussen/vrienden/collega’s/managers).

De negatieve opvattingen kunnen zich in allerlei gedragsvormen uiten. Sommigen van ons trekken zich terug en laten niemand meer toe in hun gevoelsleven; anderen gaan met de hele wereld naar bed om zich aantrekkelijk te voelen; we prijzen onszelf onophoudelijk de hemel in, stellen ons arrogant op of ellenbogen ons een weg naar de top om ons belangrijk te voelen en mee te tellen. Hoe de vruchten van de fruitboom er ook uitzien. gedwee, gekwetst, neerbuigend, ambitieus, onhebbelijk — de wortel is hetzelfde: een diepe overtuiging dat we eigenlijk niets waard zijn.

Ik heb lang gedacht dat de werking van het ego zich alleen manifesteerde in de overtuiging dat we beter zijn dan anderen en meer waard zijn dan anderen. Pas later leerde ik dat het ego ook naar de andere kant doorslaat, wanneer we ten opzichte van anderen het onderspit delven en ons minder waard voelen. Beide vormen zijn uitingen van het ego.

Ik ben beter dan jij ← ego → Ik ben slechter dan jij

De zogenaamde bescheidenheid die zo kenmerkend is voor ons collectieve bewustzijn, is net zozeer ego-gedreven als onbeschaamde borstklopperij. In beide gevallen draait het immers om ‘mij’.

• Ik ben beter dan jij.

• Ik ben slechter dan jij.

Ik zal een paar voorbeelden geven:

Het regent. Het ego: ‘Dit vind ik fijn, want nu kan ik dat vervelende feestje afbellen.’

Het regent. Het ego: ‘Dit vind ik niet fijn, want dan wordt mijn haar nat en zie ik er niet uit.’

Je kind huilt. Het ego: ‘Nu moet-ie ophouden, want ik ben de baas.’

Je kind huilt. Het ego: ‘Nu moet-ie ophouden, want ik kan ’t niet aan.’

Je vriendin vertelt je over haar baan. Het ego: ‘Zo’n baan zou ik nooit willen hebben.’

Je vriendin vertelt je over haar baan. Het ego: ‘Zo’n baan zal ik nooit kunnen krijgen.’

Je moeder bemoeit zich met het koken. Het ego: ‘Opzouten jij, want ik weet het veel beter.’

Je moeder bemoeit zich met het koken. Het ego: ‘Terecht, ik weet niet eens hoe het moet.’

∼ ∼ ∼

Door onze ik-obsessie zijn we feitelijk opgesloten in onszelf, in ons ego. De ik-obsessie sluit onze ogen voor de wereld om ons heen en voor de mensen om ons heen. Wij zijn immers altijd met ik bezig, en kijken dus voortdurend door de gekleurde bril van het ego naar de buitenwereld. Gebeurtenissen in de buitenwereld die we registreren, vervormen we om – opnieuw door de ego-bril – naar het ik te kijken en de positie ten opzichte van anderen te bepalen.

Door de constante, onbewuste focus op het ik verzeilen we in grote problemen: frustraties, conflicten en uiteindelijk oorlog. Door het onbewust gehoorzamen aan het ego kwetsen we elkaar continu, omdat het ego zich altijd en eeuwig vergelijkt met anderen en angstvallig kijkt of het niet tekort komt in vergelijking met anderen. Waardoor we altijd bezig zijn met vechten voor ons belang. Of, aan de andere kant van het spectrum, het verkwanselen van ons belang.

Toch heb ik ook goed nieuws. Iedereen wordt namelijk geboren zonder ego. Dat ontwikkelt zich pas vanaf het moment dat een kind beseft dat het iets of iemand anders is dan z’n moeder. Het betekent dat we als baby beginnen met een ongerepte, schone muur zonder graffiti. Dat onze eerste state-of-mind vrij is van ego-gedomineerde oordelen en vergelijkingen. Het betekent dat we allemaal een oorspronkelijke zuiverheid in ons hebben die het mogelijk maakt om oprechte gevoelens te ervaren en te cultiveren.

Het andere goede nieuws is dat we kunnen terugkeren naar die oorspronkelijke zuiverheid waarmee we allen geboren zijn. Om die zuiverheid opnieuw te ervaren moeten we proberen om:

1. Bewust te worden van ego-gedreven gedachten en gedrag door bewustwording te trainen in dagelijkse bezigheden.

2. Ego-gedreven gedachten en gedrag af te leren en nieuwe, ego-vrije gedachten en gedrag aan te leren.

Het onderkennen van ego-gedreven gedachten en gedrag en het aannemen van ego-vrije gedachten en bijhorend gedrag zullen je helpen om de invloed van het ego te verkleinen. Mindfulness biedt een aantal praktische houdingen die het ego tegen het licht houden en een alternatief geven. Het resultaat van het aannemen en cultiveren van deze interessante houdingen zal zijn dat je je uiteindelijk minder door je ego laat leiden en het leven weer zelf in de hand kunt nemen.

Marisa∗